© Powered by Moving Bits WMS

 
logo.gif

Inhoudelijke uitleg

Inhoudelijke uitleg bij de aangekondigde bezuinigen met ingang van 2012


Koppeling kinderopvangtoeslag aan gewerkte uren
Het recht op het aantal uren kinderopvangtoeslag wordt gelimiteerd tot het aantal gewerkte uren van de minst werkende ouder, vermeerderd met 40% voor de dagopvang (0- 4 jarigen) en verminderd met 30% voor de buitenschoolse opvang (4- 12 jarigen).
Een ophogingpercentage van 40% dat rekening houdt met reistijd, verplichte pauzes en enige flexibiliteit voor het werk is volgens de minister redelijk als wordt gekeken naar de meest voorkomende kinderopvangcontracten van 11 uur bij een standaard werkdag van ongeveer 8 uur.
De vermindering van de uren voor buitenschoolse opvang (4-12 jarigen) met 30% vloeit voort uit het feit dat voor deze groep minder kinderopvanguren nodig is omdat deze kinderen op school zitten. Waar bijvoorbeeld op een maandag 11 uur opvang nodig is voor dagopvang (0-4 jarigen), is voor buitenschoolse opvang (4-12 jarigen) slechts 4 uur opvang nodig. Het percentage van 30% is berekend op basis van de totaal benodigde uren voor de dagopvang en buitenschoolse opvang.
Het gemiddeld gebruik in uren in de dagopvang is twee maal zo hoog als het gebruik in de buitenschoolse opvang. Om die reden is het percentage recht op kinderopvangtoeslag van 140% voor opvang kinderen 0-4 jaar voor de (buitenschoolse) opvang kinderen 4-12 jaar gehalveerd naar 70%. 

Zelfstandigen, mensen met stukloon
Er geldt een aparte maatregel voor alle werkende ouders, dus ook voor zelfstandigen en mensen met stukloon. Zelfstandigen moeten op vergelijkbare wijze als bij de zelfstandigenaftrek aannemelijk maken dat zij het opgegeven aantal uren hebben gewerkt. In tegenstelling tot reistijd worden ziekte, bijscholing en vakantie wel aangemerkt als gewerkte uren. Zo nodig kan de Belastingdienst/Toeslagen de uren van de minst verdienende partner als uitgangspunt nemen. Bij werkloosheid of beëindiging van de werkzaamheden als zelfstandige wordt een termijn van drie maanden gehanteerd waarin de ouder hetzelfde recht op kinderopvangtoeslag houdt als voorafgaand aan die werkloosheid of beëindiging. In sommige regio's zijn er wachtlijsten voor de kinderopvang. Met de overgangstermijn wordt voorkomen dat ouders die binnen drie maanden nieuw werk hebben gevonden niet op tijd kinderopvang kunnen vinden.
 
Controle op uitvoering bij de belastingdienst
De Belastingdienst/Toeslagen zal risicogericht toezicht houden op de naleving van deze koppeling. Desgevraagd moeten ouders aantonen dat zij het aantal opgegeven uren hebben gewerkt (artikel 1.7, derde lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (verder: de wet) en artikel 18 van de Algemene Wet inkomensafhankelijke regelingen). De belastingdienst acht de genoemde maatregelen uitvoerbaar.

Doelgroepouders
Doelgroepouders als bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, van de wet werken niet, maar volgen een traject naar werk, oftewel een re-integratietraject. Aangezien zij niet werken, is bij hen geen sprake van een koppeling van de kinderopvangtoeslag aan gewerkte uren. Voor deze ouders wordt een wetswijziging voorbereid op basis waarvan de kinderopvangtoeslag wordt gerelateerd aan het traject naar werk.

Administratieve lasten
Door de koppeling van toeslaguren aan gewerkte uren van de minst werkende partner zullen naar schatting van het rijk circa 7.000 aanvragers die veel meer uren opvang gebruiken dan ze werken op basis van risicoanalyse worden geselecteerd. Deze aanvragers zal worden gevraagd bewijzen te overleggen van het aantal gewerkte uren. Die informatie is over het algemeen bekend bij werkgever en werknemer.

Maximum voor alle opvangsoorten gezamenlijk
Op dit moment kunnen ouders per kind maximaal 230 uur per maand per opvangsoort declareren. Dat betekent dat ouders bijvoorbeeld 230 uur voor buitenschoolse opvang en 230 uur voor gastouderopvang, samen 460 uur per maand, kunnen declareren voor hetzelfde kind. Dit wordt met ingang van 2012 gewijzigd in één maximum van 230 uur voor alle opvangsoorten samen.

Niet indexeren maximum uurtarieven
De wet kent een maximum uurprijs die jaarlijks wordt geïndexeerd op grond van artikel 1.7, vijfde lid. Het kabinet heeft besloten dat de maximum uurprijs in 2012 niet wordt geïndexeerd en wordt bevroren op het niveau van 2011.

De maximum uurtarieven zullen voor 2012 zijn:
Dagopvang € 6,36
BSO € 5,93
Gastouderopvang € 5,09

Oudertabel 2012

Ter invulling van een deel van de in het Regeerakkoord overeengekomen bezuiniging wordt de toeslag voor het tweede en volgende kind versneld afgebouwd en wordt de ouderbijdrage proportioneel verhoogd. Deze proportionele verhoging van de ouderbijdrage impliceert dat de toeslagen op een zodanige manier neerwaarts worden aangepast dat alle ouders ongeacht het inkomen, bij een gelijk gebruik aan kinderopvang, eenzelfde percentage meer gaan betalen aan ouderbijdrage tot het maximum van 66,7%. Ouders dragen op deze manier naar rato van hun huidige ouderbijdrage bij aan de kostenstijging.

Inhoudelijke uitleg bij aangekondigde bezuinigingen met ingang van 2013
Vooralsnog heeft het kabinet besloten om vanaf 2013 onderstaande maatregelen door te voeren. Deze vergen verandering van de wet en zijn daarom niet in de bovenstaande AMvB meegenomen.

Vaste voet van de werkgeversbijdrage voor hoge inkomens afgebouwd
Op dit moment heeft iedere ontvanger van kinderopvangtoeslag, ongeacht het inkomen, recht op een minimale vergoeding van 33,3% voor het eerste kind. Deze vaste voet in de kinderopvangtoeslag, wordt voor de hoogste inkomens lineair afgebouwd naar 0%. De toeslagpercentages voor het tweede kind blijven op het niveau van 2012.

Invoering inkomensonafhankelijke eigen bijdrage
Het kabinet heeft er voor gekozen de maatregel rond verlaging van de maximum uurprijs uit het Regeerakkoord te vervangen door een proportionele aanpassing van de ouderbijdrage in combinatie met het invoeren van een vaste eigen bijdrage van circa 15 euro per maand. Een proportionele aanpassing ontziet de laagste inkomens, waardoor een verslechtering van de armoedeval zo veel als mogelijk wordt vermeden. Door deze aanpassing te combineren met een vaste eigen bijdrage per maand stijgen de marginale kosten van een uur extra opvang minder snel. Volgens het CPB wordt hiermee het negatieve effect op het arbeidsaanbod in uren gehalveerd. De daling van het arbeidsaanbod blijft volgens de minister beperkt tot 0,1%.

Bron: MOgroep